![]() Minder productie, dus ook minder loonUitgegeven op: do 21 Jan 2010 | Financieele Dagblad Al bij de eerste schreden op de arbeidsmarkt leggen de meisjes het af tegen de jongens als het op geld aankomt. Slecht nieuws voor wie hoopte dat de komende generatie vrouwelijke carrièremakers het salarisverschil met hun mannelijke collega's zou inlopen. De resultaten van de bijbanenmonitor van bijbanen.nl stemmen weinig hoopvol. Mannen in de dop verdienen voor dezelfde bijbaan 27 % meer. De bijbanenmonitor verschijnt jaarlijks. Van de ruim tweeduizend respondenten (13-26 jaar) studeert de helft in het hoger onderwijs. Gecorrigeerd voor leeftijd en het type baan bedroeg het gemiddelde uurloon van meisjes euro 6,28, tegenover euro 8,01 voor jongens. Anders dan vorig jaar steeg het bruto uurloon wel weer in 2009. Voor jongens én meisjes. Een verklaring voor het beloningsverschil zoekt Rogier van Hamburg, directeur van de bijbanenbemiddelaar in de onderhandelingskwaliteiten van jongens en meisjes. Jongens zouden beter zijn. Daarnaast vinden zij geld belangrijker. En meisjes hebben, geheel volgens het stereotype, een voorkeur voor een bijbaan in de zorg of welzijn. Jongens werken liever alvast aan hun verkooptalent en verkiezen een baan in sales. Dat schiet tenminste op. De jonge respondenten zoeken in een andere hoek naar een verklaring voor de ongelijke beloning. Yannick (17) bijvoorbeeld. Hij werkt naast zijn studie op een golfbaan en vind het wel terecht dan hij meer verdient dan zijn vrouwelijke collega. 'Minder productie, dus ook minder loon.' Nathalie (19) denkt dat het komt doordat mannen meer kanten op kunnen. 'Meisjes gaan niet in de bouw werken, toch?' Een barman (23) uit Zaandam zei de onderzoekers: 'Omdat we meer werken dan vrouwen en vaker beschikbaar zijn.' De salarisverschillen zijn het grootst in de beveiliging: euro 10,00 voor de jongens, tegen euro 5,75 voor de meisjes. Gevolgd door de tuinbouw of agrarische sector: euro 8,50 tegen euro 5,85. Er zijn ook bijbaantjes, hoewel ruim in de minderheid, die meisjes juist meer opleveren. Daarvoor moeten ze in de horeca, het onderwijs, de distributie of op de personeel en organisatie-afdeling zijn. Het onderzoek leverde meer interessante inkijkjes op in het werkzame leven van de jongeren. Naast hun studie werken ze gemiddeld dertien uur per week. Maar daar kan nog wel een tandje bij vinden ze zelf. Het liefst zouden ze zo'n 26 uur per week beunen. Dat kan ook: aan een voltijdstudie wordt niet meer dan vijftien tot twintig uur besteed. Meer werk betekent meer geld. En jong zijn is duur, verklaren ze hun wens meer te werken. Niet dat de ondervraagde jongeren hun verdiende geld direct over de balk smijten. Gaan we ervan uit dat de ondervraagde scholieren en studenten naar waarheid antwoorden, dan houdt meer dan de helft geld over aan het eind van de maand. Dat zouden ze keurig op een spaarrekening zetten. Jongens vullen die spaarpot voorlopig alleen wat sneller dan de meisjes. Over de gehele beroepsbevolking lag het salaris van vrouwen in 2009 17,7 % lager dan dat van mannen in gelijke posities. Dat bleek uit een onderzoek van loonwijzer.nl, een initiatief van de overheid en bonden. Het loonverschil wordt over het algemeen groter naar mate de leeftijd van de werknemers toeneemt. Boven de 45 jaar neemt het verschil toe tot 24,5 % en bij 55-plussers krijgen vrouwen zelfs nog minder betaald dan hun mannelijke leeftijdgenoten. Een verklaring voor deze toename zou zijn dat meer werkervaring leidt tot meer salaris. Vrouwen profiteren daar minder van omdat zij over algemeen minder werkervaring opbouwen door hun onderbreking voor de zorg van het gezin.
Download origineel: |
|
|
|
|
© copyright 2009 Laurens Simonse Groep
|
|








